Kernkwadranten van Ofman: zo kun je vrijwilligers beter begeleiden
Iedere vrijwilliger heeft sterke eigenschappen. De een is bijzonder behulpzaam, de ander heel nauwkeurig of enthousiast. Maar wist je dat juist die sterke eigenschappen soms ook voor problemen kunnen zorgen?
Met de kernkwadranten van Ofman krijg je meer inzicht in het gedrag van vrijwilligers. Dat helpt je als vrijwilligerscoördinator om vrijwilligers beter te begrijpen, te begeleiden en lastige situaties bespreekbaar te maken.
Wat zijn de kernkwadranten van Ofman?
De kernkwadranten zijn ontwikkeld door Daniel Ofman. Het model laat zien hoe iemands sterke eigenschappen samenhangen met valkuilen, uitdagingen en allergieën.
Een kernkwadrant bestaat uit vier onderdelen:
- Kernkwaliteit: een sterke eigenschap die van nature bij iemand past. Bijvoorbeeld behulpzaamheid.
- Valkuil: wat er gebeurt als iemand doorschiet in zijn kernkwaliteit. Behulpzaamheid kan bijvoorbeeld veranderen in bemoeizucht.
- Uitdaging: wat iemand kan ontwikkelen om beter in balans te blijven. Bijvoorbeeld anderen meer ruimte geven.
- Allergie: gedrag van anderen waaraan iemand zich ergert. Bijvoorbeeld passiviteit.
Het mooie van dit model is dat je anders naar gedrag gaat kijken. Achter gedrag dat je lastig vindt, kan namelijk een positieve eigenschap schuilgaan.
Praktijkvoorbeeld: vrijwilliger Peter wil altijd helpen
Peter is een betrokken vrijwilliger die graag anderen helpt. Hij ziet wat er moet gebeuren en steekt meteen de handen uit de mouwen. Een fijne eigenschap!
Maar soms schiet Peter door in zijn behulpzaamheid. Hij neemt taken van andere vrijwilligers over, geeft ongevraagd advies en bemoeit zich met zaken die eigenlijk niet zijn verantwoordelijkheid zijn.
Andere vrijwilligers ervaren zijn gedrag daardoor als bemoeizuchtig.
Met de kernkwadranten van Ofman kun je dit gedrag beter begrijpen:
- Kernkwaliteit: behulpzaamheid.
- Valkuil: bemoeizucht.
- Uitdaging: anderen meer ruimte geven.
- Allergie: passiviteit.
Peter ergert zich bijvoorbeeld aan vrijwilligers die volgens hem te weinig initiatief nemen. Hij begrijpt niet waarom anderen niet gewoon aanpakken wat er moet gebeuren.
Zijn uitdaging is om te leren dat niet iedereen op dezelfde manier werkt. Soms is het beter om even af te wachten of eerst te vragen of iemand hulp nodig heeft.
Als vrijwilligerscoördinator kun je Peter helpen door zijn behulpzaamheid te waarderen én tegelijkertijd zijn valkuil bespreekbaar te maken.

Hoe gebruik je kernkwadranten bij het begeleiden van vrijwilligers?
De kernkwadranten van Ofman zijn een handig hulpmiddel bij het begeleiden van vrijwilligers. Bijvoorbeeld tijdens een voortgangsgesprek of wanneer je bepaald gedrag wilt bespreken.
Een paar praktische tips:
- Begin met de kernkwaliteit. Benoem eerst wat je waardeert aan de vrijwilliger.
- Bespreek de valkuil. Geef concrete voorbeelden van situaties waarin iemand doorschiet in zijn sterke eigenschap.
- Onderzoek samen de uitdaging. Wat kan de vrijwilliger anders doen om beter in balans te blijven?
- Gebruik het model zonder te oordelen. Het gaat er niet om iemand een etiket op te plakken, maar om gedrag beter te begrijpen.
Je kunt vrijwilligers ook vragen om zelf een kernkwadrant in te vullen. Dat levert vaak verrassende inzichten en mooie gesprekken op.
Meer leren over het begeleiden van vrijwilligers?
Vrijwilligers begeleiden vraagt om inzicht in mensen en hun gedrag. De kernkwadranten van Ofman kunnen je daarbij helpen.
Wil je jezelf verder ontwikkelen in het begeleiden en aansturen van vrijwilligers? Bekijk dan onze Verdiep Cursus Leidinggeven aan Vrijwilligers.
Tijdens deze cursus leer je hoe je vrijwilligers op een prettige en effectieve manier begeleidt, motiveert en aanspreekt.

Met dit artikel wil Kenniscentrum Vrijwilligers | VrijwilligersAanZet praktische tips geven voor het organiseren van vrijwilligersinzet. Wil je onze gratis nieuwsbrief ontvangen? > Schrijf je hier in.



